Bergrede

(Preek gehouden op 03-01-2004)

U2 zingt: “Nothing changes on new years day”

Nadat we het afgelopen jaar weg gegeten en weg gedronken hebben, lijkt er niets veranderd, gaan we vrolijk verder alsof oud nooit nieuw is geworden.

Jezus wil met zijn beroemd geworden Bergrede deze alledaagse sleur verbreken. Hij roept op tot radicaliteit, puurheid, zuiverheid en ernst. Het gaat Hem niet om een opleving, impulsiviteit en naïviteit van een moment, maar om duurzame en blijvende verandering van Zijn volgelingen. Uiterlijke schijn en vroomheid wordt veroordeeld.

H.6:1 hier vinden we een waarschuwing voor provocerend gedrag: gedrag dat leidt tot gunst, loon en voordelen bij mensen. Jezus: ‘Heb je loon bij mensen, dan heb je geen loon bij God’. God bekommert zich niet om hen die vier en rechtop lopen, maar om hen die niet gezien worden en zich aan de marge van de maatschappij bevinden.

H.6:2 hypocrieten zoeken de eer, roem en heerlijkheid van mensen; zij hebben geldingsdrang en moeten zichzelf bewijzen. (Ik vaak ook nog: de Farizeër in ons sterft nooit)

H.6:3 de linkerhand moet niet weten wat de rechterhand doet….we moeten onszelf niet op de borst kloppen en in de verleiding komen om te denken: ‘ik ben goed, dat heb ik toch maar even goed gedaan’. Hoogmoed , trots en arrogantie: jezelf verheffen boven de ander (vb.: ik heb gestudeerd; wat een domme blondjes op de dansvloer)

H.6:4 De raad en het advies dat Jezus ons geeft, is om in het verborgene te gaan, om ermee om te gaan als met een groot geheim; het te bewaren in je hart en er niet mee te koop te lopen. Het gaat daarbij om je motief: waardoor laat je je gedrag leiden?!

H.6:5 In en door het bidden, ben je anders, maak je onderscheid; je onderscheidt je van de hypocrieten die uit zijn op gunst, loon en resultaat. Bij hen moet bidden wat opleveren. Ze willen er zelf beter van worden. Mijn vraag zou zijn: Is ons bidden ook resultaatgericht? Moeten we er rijker van worden?

H.6:6 Bidden in het verborgene; bidden met een geheim; niet iedereen hoeft te weten wat wij geven en doen (vers 3) en niet iedereen hoeft te weten wat wij bidden. We gaan eigenlijk privé met onze Vader in de hemel (“private room”). Het gebed is een groot geheim en dat moeten we koesteren en niet goedkoop mee omgaan, maar zorgvuldig. Vraag: Bidden we maar raak, vragen we maar raak, is bidden prijs schieten?

In het gebed kunnen we God en onszelf overvragen. We zijn als een kind die zijn verlanglijstje opsomt aan een soort hemelse sinterklaas of kerstman. Dat is God-onwaardig. Zo goedkoop verhoort Hij geen gebeden. We overvragen onszelf: we vragen meer dan goed voor ons is, want we hebben genoeg. Vraag: vragen we als een ontevreden kind dat nooit genoeg heeft?
Danken is de mogelijkheid om God te vertellen dat we genoeg hebben en tevreden zijn.

H.6:7 Als we bidden gaat het er niet om, om veel te spreken en veel woorden te gebruiken. Gebed is overwegen, je woorden wegen voor Gods troon. Gebed gaat om kwaliteit en oprechtheid. Niet om de stand van je lippen, maar om de harte-gesteldheid.

H.6:8 Als we bidden, moeten we niet bidden als papegaaien, namelijk herhalen wat anderen zeggen; traditionele gebeden, afgestompt en afgezaagd. Vb. in de kerk waar ik in zat, waren de gebeden na jaren nog hetzelfde; er zat geen progressie of verandering in de inhoud (motieven daargelaten). Elk gebed hoort nieuw en origineel te zijn, oftewel uit het hart te komen.

Het uitgangspunt bij het bidden is:

1) dat de Vader onze nood en behoeften kent.
2) omdat de Vader ons door en door kent, weet Hij alles, zelfs voordat we vragen.

Dan rijst natuurlijk de vraag waarom we bidden als we Hem toch niets nieuws kunnen vertellen? Opdat we vanuit de rust kunnen bidden, vertrouwend bidden zoals de Here Jezus; wetend dat er een antwoord is voordat de vraag gesteld wordt. Weten dat God ons hoort, nog voor je gesproken hebt. We mogen dan bidden, niet vanuit onrust, onvrede en wanhoop; maar bidden vanuit de zekerheid dat de God die hoort ook de God is die verhoort!

H.6:9 De manier waarop we bidden, is van belang. Het moet geen vorm, geen traditie zijn en niet uit gewoonte gebeuren. We bidden tot onze Vader. Deze Vader hebben we gemeenschappelijk en niet ieder voor zich. De vraag is of we onze God voor onszelf houden of dat we Hem juist in gebed delen met de wereld. Gebed is niet egoïstisch; niet naar binnen gericht, maar naar de wereld toe. Onze Vader is in de hemel en wij zijn op aarde en daar is gebed nodig.

‘Uw Naam worde geheiligd’: temidden van zoveel onheiligheid; in een wereld die de zondeval en de vloek uitwerkt; waar Gods Naam wordt misbruikt (= goedkoop gebruik, gevloek, getier en gescheld). Gods Naam wordt ontheiligd waar Zijn schepselen worden gebruikt, misbruikt, verkracht, gemarteld en gedood.

H.6:10 ‘Uw Koninkrijk’ – dit is de innige wens van de Here Jezus die dit vol vertrouwen vraagt. Wens en feit in één. Vraag en antwoord mogen elkaar afwisselen en bevestigen. Vb. ‘Komt U nog?’ ‘Ja, U komt!’ Geloof en ongeloof gaan samen. Soms is er twijfel, dan weer zekerheid. Mijn stelling zou dan ook zijn: ‘Geloof moet bevestigd worden en wordt dat door gebed!’ In het gebed claimen we en bevestigen we de onzichtbare en tot ons komende heerschappij van de Naam, het Koninkrijk en Gods wil.

H.6:11 ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ – dat bidden we nog niet eens; is niet nodig. De bakkers en supermarkten voorzien in onze primaire levensbehoeften. We lijken God niet nodig te hebben. Als de koelkast leeg is, hebben we nog een vrieskist vol en is die leeg dan gaan we naar de supermarkt. In al onze behoeften wordt voorzien. Maar zijn dit werkelijk onze diepste behoeften?
Kapitalisme en materialisme: bijna alles wordt in geld uitgedrukt en in het verlengde daarvan wordt ook de mens als koopwaar aangeboden. Alles wordt tot materie en materiaal. De mens als een machine, als een (lust) object om te bezitten en een voorwerp om te gebruiken voor eigen doeleinden. Dit komt expliciet tot uiting in de taal van kinderen en jongeren op school: ‘lekker ding, een beurt krijgen, lekker stuk, dom blondje, lekker kontje, enz.’

H.6:12 ‘Vergeef ons onze zonden, gelijk wij onze schuldenaren vergeven hebben’ De mens is hier als het ware God tot voorbeeld: ‘Doe ons zoals wij anderen gedaan hebben’ Met menselijke maat gemeten. In Efeze 4:32 lezen we: ‘Vergeef elkaar, gelijk God ook in Christus u vergeven heeft’. Hier komt de voltooid tegenwoordige tijd naar voren: Christus is de maatstaf en maakt menselijke vergeving mogelijk en noodzakelijk.

Het wetsprincipe komt hier tot uiting: ‘wat u aan de mensen hebt gedaan, doet God aan u’. Het genade-principe zegt: ‘wat Christus u gedaan heeft, doe dat aan uw naaste’. Bij de wet gaat het gedrag en de handeling van mensen voorop, waarna Gods antwoord volgt. Bij de genade gaat Christus voorop en mogen wij antwoorden.

H.6:13 ‘Leidt ons niet in verzoeking’. Positief geformuleerd: ‘leidt ons daar waar we christen en Christus’getuige kunnen zijn. Verzoekingen leiden naar de verzoeker en ontstaan en worden bewerkt door de verzoeker. Satan , de boze, verleidt ons en leidt ons af van God en Zijn Woord. Als we verzocht worden, wordt onze aandacht afgeleid en zijn we niet meer bij de les. We zijn dan met van alles en nog wat bezig, bijvoorbeeld met materiële welvaart (zie hierboven). Het vermeerderen van bezit: de hang naar meer, de oneindige begeerte speelt ons parten. Deze afgod is de Mammon, want ‘wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd!’
De vraag is of dit alles is. De Here Jezus zegt als het ware: ‘Nee, dat is niet alles’. ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God (hoogste prioriteit!) en Zijn gerechtigheid’. Dit is een gerechtigheid van God in der daad! Gods werk volbrengen impliceert de gang naar de armen, naar de bezitslozen en de rechtslozen. Zo wil God God zijn, namelijk een God van de armen en niet van de rijken (Mammon). Niet een God van de verzoeking (tot nog meer rijkdom), maar de God van de bevrijding, te weten van de ‘exodus’ uit een oud jaar, een nieuw jaar in.

We beginnen dit jaar met een belijdenis, met een proclamatie die een belevenis mag worden. Het besluit van het gebed, eind goed, al goed: ‘….want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid’

Amen.

Door deze geloofskennis mogen al onze gebeden gedragen worden: gestamel, gesmeek, gehuil, gewanhoop, ja iedere emotie wordt gehoord:

Laat ons bidden:

-voor de kankerpatiënten -voor de mensen met hart- en vaatziekten -voor de depressieven -voor de armen -voor de kinderen en mensen in oorlog -voor de kinderen met aids

We bidden voor hen omdat ze U toebehoren en omdat ze Uw schepselen zijn en omdat ze leven in Uw wereld; een wereld van 2004 die ook U aangaat. U houdt Uw wereld vast en laat haar nimmer los. ‘Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid’ Amen!

Moge God u zegenen….