02 De goede Herder

Schriftlezing: Johannes 10 : 1-18

Zij zien (Joh.9), zij horen (Joh.10)

Personen in dit gedeelte: herder (de Here Jezus; God de Zoon), deurwachter (God de Vader) die door zijn Heilige Geest mensen daar binnen brengt, dief, rover, vreemde (anoniem; zonder naam en identiteit; zij kunnen zich niet legitimeren; kunnen geen kleur bekennen; hebben geen pasje/paspoort/toegangsbewijs van de Goede Herder gekregen en hebben een vreemde stem)

Voorwerpen in dit gedeelte: schaapskooi, deur

Dieren in dit gedeelte: schapen, wolven

v.1-5

v.6 intermezzo: ze begrepen niet wat de Here Jezus vertelde en bedoelde

v.7 als geduldige leraar/herder begint de Here Jezus opnieuw uit te leggen en specificeert wat Hij bedoelt met deze gelijkenis. De personen en voorwerpen krijgen een plekje in het geheel….

Deur: ‘Ik ben de Deur’ (2x vers 7 en 9) Het kenmerk van een deur is dat hij binnen van buiten scheidt, een deur maakt scheiding tussen hen die binnen en buiten zijn. Bent u binnen? Bent u daar waar de Goede Herder is? Bent u binnengekomen door de deur? Het criterium is of u wel of niet door de deur bent binnengekomen. Alleen op die manier is er behoudenis. Het hele Johannesevangelie is hier heel duidelijk over en heel zwart-wit: Je hebt gegeten of niet gegeten van het brood des levens (Joh.6), Je hebt wel of niet gedronken van het levende water (Joh.7), Je wandelt in de duisternis of je wandelt in het licht (Joh.8), Je bent blind of je ziet (Joh.9), Je hoort de stem van de Goede Herder niet of je hoort die wel (Joh.10), Je hebt eeuwig leven nadat je gestorven bent of de eeuwige dood (Joh.11), Je bent tegen Jezus of je bent voor Jezus (Joh.12), etc.

Goede Herder: ‘Ik ben de Goede Herder’ (2x vers 11 en 14)

De Goede Herder leidt en weidt zijn schapen niet slechts. Hij gaat voor hen uit. Alles wat zij meemaken heeft Hij al meegemaakt. Hij effent het pad voor hen. Alle roofdieren ten spijt. Hij offert zich op en geeft zijn leven opdat Zijn schapen het eeuwige leven mogen ontvangen. Hij is zo goed, deze Herder. Hij jaagt zijn schapen niet vooruit om hen te laten verdwalen en hen de duisternis in te sturen. Nee, Hij gaat Zelf voor hen uit en overwint de machten die het pad van de kudde kruisen. Zo is deze Herder. Zo wil Hij Herder zijn. Hij brengt hen niet slechts op weidegronden, maar voert hen naar de beste weiden. De Here Jezus voert hen uit (vgl. het uitvoeren van het volk Israël uit het diensthuis/slavernij van Egypte) Op weg naar de vrijheid. De Here wil hen vrijmaken. Leven en overvloed geven. ‘De waarheid zal uw vrijmaken’, had de Here Jezus al gezegd tegen zijn discipelen (Joh.8:32,36). ‘Uitleiden’ uit de stal van bijvoorbeeld wettische slavernij om te komen in het koninkrijk van de genade van Christus. Samen één kudde, de gemeente, met één Hoofd, nl. de Goede Herder, de Here Jezus zelf.

Met minder neemt Hij geen genoegen. Hij zorgt voor het beste voedsel. Hij brengt hen aan grazige weiden en aan rustige wateren. Er is bij die Herder voldoende te eten en de kwaliteit van het voedsel is goed. Ook is er voldoende rust te vinden. Hij is gekomen om hen leven en overvloed te geven. Niet meer en niet minder. De Goede Herder is een metgezel van de schapen. Hij staat niet boven hen om over hen te heersen of hen te overheersen. Hij is één met de kudde. Speciaal in het geven van zijn leven voor hen. De ultieme daad van liefde. ‘Uwe liefde kocht mij vrij en uw dood schonk mij het leven’ De Goede herder is de Ware Herder (Ez.34) die staat tegenover de valse herders (meervoud: de valse leiders van Israël die het volk op een dwaalspoor brengen).

N.B. er is slechts één Goede Herder, naast wie geen enkele herder kan staan. Wel mogen wij als herders dienen in de gemeente, wetend dat niet ten laatste wij de zorg hebben voor de schapen, maar dat Hij de eindverantwoordelijke is. Dat mag ons nederig houden en dingen los te laten die wij toch niet kunnen veranderen. We mogen als herders onze zorg delen en de kudden aan Zijn liefde en zorg en hoede toevertrouwen.

De stem van de Herder is bekend bij de schapen. Zij zijn met Hem vertrouwd en zij vertrouwen Hem onvoorwaardelijk. Een andere stem kennen/erkennen en herkennen zij niet! Een vreemde zullen ze niet volgen, die heeft een andere stem (Elly en Rikkert) De schapen hebben geestelijk onderscheidingsvermogen. Zelfs al bootst de valse herder de stem van de Meester na.

Vers 8. Allen, die voor/vóór Mij gekomen zijn. Niet zozeer in tijd, er waren namelijk echte, ware profeten in het O.T. Zij zijn Hem echter niet vóór gegaan in positie of in gezag. Zij hebben geen voorrang boven de Here Jezus. ‘Hij is voor Mij geworden, want Hij was eer dan ik’ (Joh.1:15) ‘Eer Abraham was, Ik ben’ (Joh.8:58)

De Here Jezus wordt in het N.T. genoemd :

1.de Goede Herder: in het verleden degene die zijn leven geeft voor de schapen (lijden en sterven)

2.de Grote Herder (Hebr.13:20): in het heden wil Hij ons heilig maken om Zijn wil
te doen (opstanding); Hij is ons door Zijn sterven vóórgegaan naar de plaats waar
zij Hem eens zullen volgen (Joh.14).

3.de Overste Herder (1 Petr.5:4) : in de toekomst zal Hij ons loon geven wanneer Hij
terugkomt (wederkomst)

In het O.T. :

1.sprak Jakob over de ‘Steenrots Israëls’ die ‘zijn herder’ is (Gen.49:24)

2.In Psalm 80 is de Herder van Israël de Here zelf, die troont op de cherubs

3.Jesaja beschrijft Hem die Zijn kudde als een Herder weidt (Jes.40:11)

4.Ezechiël profeteert tegen de valse herders en kondigt een oordeel aan (Ezechiël 34)
tegenover de ware Herder die de kudde weidt zoals het hoort

5.Zacharia 13:7 zegt: ‘Zwaard, ontwaak tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel
is,….., sla die Herder, zodat de schapen verstrooid worden’