Lezing ‘Ik ben allochtoon’ in De Welle, Dedemsvaart 10-03-2016

Interactieve lezing en boekpresentatie ‘De Welle’, Dedemsvaart 10 – 03 – 2016

Verantwoording/motivatie

mijn boek heb ik geschreven om twee redenen.

Eén: ik ben bewogen met het lot van zoveel medemensen in onze wereld dat ik het niet kan laten partij voor hen te kiezen. De mensonterende beelden van het journaal raken me.

Twee: als ik even later hoor hoe hoor christenen over deze vluchtelingen denken, word ik verontwaardigd en verdrietig. Bij voorbaat negatief en uitsluitend denken over de mensen past mijn inziens niet bij mijn christelijk geloof. Deze twee punten zijn mijn motivatie voor het schrijven van dit boek.

Titel: ‘Ik ben allochtoon’

Vraag 1: ‘Ik ben allochtoon’. Heb je een idee waarom ik mijn boek deze titel heb meegegeven? Ervaar je die vreemdelingschap zelf ook in het dagelijks leven?

Door voor deze titel te kiezen, neem ik positie in. Ik schaar mij aan hun kant. Want ik ben ook burger met een huis en een gezin. Zij zijn burgers die op de vlucht zijn vanwege oorlogsgeweld en terreur. Zij zijn hun huizen uitgejaagd. We noemen hen ook wel ‘politieke vluchtelingen’. Ik schrijf mijn boek juist voor deze groep vluchtelingen.

Want natuurlijk geldt dit niet voor alle vluchtelingen die naar Europa komen. Er zijn zogezegd ‘economische vluchtelingen’. Sommigen noemen hen gelukszoekers. Eigenlijk wordt deze term ‘gelukszoeker’ denigrerend gebruikt. Het is een vies woord voor mensen die op gemakkelijke wijze rijk willen worden. Profiteurs van onze welvaart. Enerzijds begrijp ik deze verontwaardiging, anderzijds denk ik ‘maar wat is er mis met het zoeken van geluk, we zijn in wezen toch allemaal gelukszoekers en we proberen vroeg of laat toch allemaal wel een graantje mee te pikken?’

Een meer neutrale term die we kunnen gebruiken voor vluchtelingen is de term migrant. Een migrant is iemand die verhuist. Hij of zij verlaat zijn thuisland om naar een ander land te verhuizen. Ook wel emigreren genoemd.

Wij hoeven over deze vluchtelingen echter geen waardeoordeel te geven. Wij hoeven niet uit te zoeken wie hier legaal of illegaal is. Al kunnen we daar in een persoonlijk gesprek met een vluchteling wel onze gedachten over hebben. Toch is het aan de overheid om de ‘schapen van de bokken’ te scheiden. Zij heeft als taak om ons te beschermen tegen ‘wolven in schaapskleren’, namelijk tegen migranten die anderen uitbuiten, aanranden of zelfs verkrachten. Zij misbruiken onze vrijheid. Extreem voorbeeld: is de massaverkrachting in Keulen rond de jaarwisseling. Afrikanen misbruikten daar mensen en ze maken daarbij handig gebruik om zich te verbergen in de grote vluchtelingenstroom. De overheid moet hen eruit filteren en na een rechtsproces – wat mij betreft – linea recta op het vliegtuig terug naar het thuisland zetten. Dat geldt ook voor hen die om de één of andere reden geen vluchtelingenstatus krijgen.

Vraag 2: Het onderwerp vreemdelingen en vreemdelingenbeleid ligt heel gevoelig. Waarom eigenlijk?

Correct gebruik van begrippen is essentieel.

Ondertitel: ‘Theologische reflecties op vreemdeling en vluchteling’

Een juist gebruik van begrippen luistert nauw. Hierboven heb ik daar reeds op gewezen. In mijn boek gebruik ik het begrip vluchteling en allochtoon. Eerst een opmerking over het begrip vluchteling.

Als ik spreek over de vluchteling dan bedoel ik ook de vluchteling. Ik kijk dan verder dan de vluchtelingenstroom die ik zie op televisie. Daar zie ik mensen lopen die niet allemaal voldoen aan het begrip ‘vluchteling in engere zin’. Een werkelijke vluchteling is namelijk de (politieke) asielzoeker die oorlog en geweld ontvlucht is en die de asielprocedure met goed gevolg heeft afgelegd. Deze persoon heeft officieel de status van vluchteling gekregen met als gevolg een (tijdelijke) verblijfsvergunning.

Ik heb het dan niet over ‘mensen’ in Keulen die over genoeg potentie blijken te beschikken om een stad onveilig te maken. Ook heb ik het niet over mensen die ‘meeliften’ op het ‘succes’ van de vluchtelingen(stroom) en op die manier op weg zijn economisch carriëre te maken ten koste van anderen. Ook heb ik het dan niet over bepaalde religieuze groepen: christenen, moslims, joden en dergelijke. Of over godsdiensten: het christendom, de islam en het jodendom. Ik heb het al helemaal niet over moslimextremisten of terroristen.

Mensen zoals Jezus

Ik heb het over mensen zoals Jezus eens was, namelijk een politieke vluchteling. Iemand voor wie geen plaats was in het nachtverblijf van de stad én voor wie geen plaats was in het land. Daarom is Hij – pas na de kindermoord – uit Egypte geroepen. Jezus noem ik in mijn boek de ‘Vreemdeling bij uitstek’ (VOORLEZEN: blz.106 – geen geld en goed).

Hiermee ben ik gelijk bij mijn andere term gekomen, namelijk: theologisch. Mijn boek bevat theologische reflecties. Het is geen theologisch systematisch werk. Ik heb gedachten en ideeën over vluchtelingen en die deel ik ter overweging. Ik probeer vanuit de Bijbel na te denken over vreemdelingen en vluchtelingen. Want ik wil weten wat daar instaat en wat van mij als christen wordt gevraagd.

1) Ik wil weten wat de Bijbel te vertellen heeft over onze omgang met vreemdeling en vluchteling. Ik heb het dan over regels, normen en waarden.

Voorbeeld: in het Oude Testament maakt God keer op keer duidelijk hoe Hij wil dat de Israëlieten met vreemdelingen omgaan. Elke keer lezen we: ‘Neem ze op in uw midden. Ze hebben dezelfde rechten en plichten als iedere andere Israëliet’. Er wordt op gehamerd om de wees, de weduwe en de vreemdeling recht te doen! (VOORLEZEN: blz.63 – Deut.24:17-22, NBV)

2) Ik zoom ook in op vreemdelingen en vluchtelingen die in de Bijbel naar voren komen. In de Bijbelverhalen hebben vele malen te maken met mensen die ontheemd, van haard en huis verstoken zijn, op de vlucht zijn en zich elders vestigen als vreemdeling en bijwoner (bv. – ik doe een greep – Abram, Ruth, David, Paulus en Petrus).

3) Ik  behandel ook onze eigen positie als mensen in het algemeen en christenen in het bijzonder op deze aarde. We hebben hier niet het eeuwige leven. We zijn hier tijdelijk als passanten, ja als pelgrims. Daar leg ik in mijn boek sterk de nadruk op. We zijn onderweg. In Bijbelse termen: we hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige (VOORLEZEN: blz.127 – Hebr.11:13-16). Daarom alleen al zouden we een toontje lager moeten zingen en mild en gastvrij moeten zijn naar medemensen in nood. Alles wat we hier hebben, ook de aarde, hebben we in bruikleen. We verlaten het toneel en laten alles achter aan onze kinderen en kleinkinderen.

Vraag 3: Kun je iets vertellen over Gods houding ten opzichte van vreemdelingen en gasten?

In mijn boek heb ik voorbeelden genoemd die te denken geven. Niet alleen mensen uit de Bijbel bespreek ik, maar ook pop- en gospelsongs. Ook in de bundel van Johannes de Heer staat het fragiele en tijdelijke centraal. We zijn op weg. Hier beneden is het niet alles. We staan niet stil, maar zijn op doorreis. Ook de Opwekkingsliederen stellen – zij het minder – het toekomstige leven bij Jezus centraal.

Vraag 4: Veel mensen denken in tegenstellingen. ‘Zij’ staan tegenover ‘Wij’. Als ‘zij’ er niet bij horen, denken we exclusief. Is het ook mogelijk om inclusief te denken? Hoe?

IK ben allochtoon

Als laatste kan ik daarom zeggen dat ‘IK’ allochtoon ben. Als ik spreek over ik dan bedoel ik ook IK. Mijn boek ‘Ik ben allochtoon’ heb ik niet geschreven als handlanger en verlengstuk van een politieke partij. Dan had ik veel meer een politieke verhandeling moet schrijven met een pleidooi voor een bepaald program. De politiek gaat echter over vluchtelingenzaken en het beleid hieromtrent. Daar kan ik inderdaad een mening over hebben, maar dat is verder niet aan mij. Ik moet als christen dealen met de beslissingen en maatregelen van de overheid. Nu het is zoals het is – en we overal veel vluchtelingen tegenkomen – hebben we hen op een christelijke manier te behandelen.

Het is dus de vraag welke pet we opzetten? De meeste mensen praten over vluchtelingen alsof ze minister of staatssecretaris van vreemdelingenbeleid zijn. Ik ben geen minister en ik ben geen staatssecretaris. Ik ben christen.

Vraag 5: Wat zou jij voor vluchtelingen in jouw directe omgeving (straat, wijk, dorp) kunnen betekenen? Noem concrete voorbeelden. Wat mag jij van hen verwachten? (denk aan rechten en plichten)

Afsluiten met gebed?