Heilige (God)

Als mensen hebben we allemaal een bepaald beeld van dat wat we om ons heen zien. Door ervaringen in ons leven, die zowel posi­tief als negatief kunnen zijn, ontstaan beelden van mensen met wie wij samen moeten leven. Van de ene persoon hebben we een meer doorleefde kennis dan van de andere persoon, misschien omdat we met de een meer opgetrokken hebben dan met de ander. Ons oordeel zal dan vanzelfsprekend verschillend zijn. Het oordeel over de bekende persoon zal meer genuanceerd, even­wichtiger, zijn. Van onze kennis kunnen we al snel een juiste schets geven, die iets waars verteld over hem of haar.

Ook in het leven van de christen ontstaan beelden. Ieder christen heeft voor zichzelf ‘uitgemaakt’ door zijn of haar christelijke levenswandel met al zijn ervaringen, hoe God er uitziet. Of, hoe hij of zij denkt dat God er uitziet. We hebben een beeld gevormd aangaande God die Zichzelf in meer of mindere wijze heeft geopenbaard. Deze openbaring onthult iets wat verborgen is en zij is daarmee ervaring. Hoewel een ieder van ons door opvoeding in een gezin enigszins een beeld is bijgebracht, ten minste hoogstwaarschijnlijk, van de God der christenen, neemt dat niet weg dat we vroeg of laat zelf, evenals onze voorouders, een plaatje van God ‘maken’ door doorleefde ervaringen met Hem. We worden zelf degenen die een voorstelling hebben, die zelf actief een beeld maken en die zelf een relatie met God gaan ervaren. En dat laatste kan eigen­lijk alleen door de wedergeboorte, die met bekering gepaard gaat.

De relatie tot God lijkt voor de hedendaagse christen juist vaak een te zijn, die gekenmerkt wordt door woordjes als ‘liefde, vertrouwen, bescherming, enz.’ Het zijn begrippen die inderdaad typerend zijn voor de christelijke God en die Hem onderscheiden van andere goden. De God van liefde is de God van de bijbel, en we weten dat Hij ons vertrouwen waard is.

De verschillende metaforen als ‘rots, schuilplaats en vader’ mogen dat aspect van Hem dan ook ten volle benadrukken. Zij geven aan dat God niet Degene is die ver weg staat, maar dichtbij is. Dat beeld is een goed en zuiver idee die ons in staat stelt in het lezen en bidden God op te zoeken en Hem aan te lopen. Dat beeld mag ons geruststellen en de zekerheid van geborgenheid geven in een wereld die deze intieme nabijheid niet kent.

Het bijbelvers waar onze huidige generatie christenen mee opgegroeid is, is overduidelijk Johannes drie vers zestien. Iedereen kent dit vers van jongsaf aan uit het hoofd: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft’ (Joh.3:16). Hoewel we dit vers het evangelie in een notendop noemen, kan de verleiding groot zijn om te denken dat hierin alles gezegd is wat gezegd moet wor­den. En dat is niet het geval. De God van de bijbel is namelijk niet alleen de God die liefheeft, maar ook de God die boos is. Boos op ons, omdat wij van nature leven in opstand, omdat wij zijn heerschappij niet willen aanvaarden. De volkeren in het Oude Testament waren al object van Zijn toorn, een toorn die losbrandde, hoewel niet als een emotionele woede-uitbarsting, en de heidenvolken verdelgde. Ook vandaag de dag is de God der christenen degene die medelijden en verdriet kent, maar die tegelijkertijd boos is over het Hem aangedane onrecht, en Die dat onrecht moet straffen.

Heel veel kwaad, waar mensen niets aan kunnen doen, is niet te verklaren wanneer we alleen maar leven met het beeld van een God die alleen maar liefde is. Juist omdat God te rein, te heilig en te rechtvaardig is om het kwaad te aanschouwen, straft Hij waar Hij dat nodig acht. Hem ter verantwoording roepen kunnen we niet, want Hij is God en wij zijn mensen, en Hij is in de hemel en wij zijn op de aarde. ‘Waarom wordt de een wel gestraft, en de ander niet’, is een vraag die opkomt wanneer we al het natuurgeweld, dat mensen velt, zien. Toch mogen de christenen weten door het geloof dat iedereen ten lange leste toch het verdiende portie krijgt. Is het niet op aarde, dan wel in het hiernamaals.

De God der christenen is de God die ons en ons gedrag tel­kens weer ter discussie stelt, die onze zwakke plekken aan­wijst in het licht van zijn Heiligheid. De psalmist kan dan ook zeggen: ‘…in Uw Licht zien wij het licht’ (Ps.36:10). Het is het heilige licht dat van Hem uitgaat en dat ons ons menszijn tot in alle hoeken doorzoekt. De Heiligheid van God is de Heiligheid van een Schepper die met ons in relatie wil treden, en die ons in die relatie laat zien wie we zijn. In Zijn komst tot de natie Israël, waarin Hij zich openbaart als de ‘Ik ben’, blijft Hij Zijn Heiligheid behouden. Ook God geopenbaard in het vlees, de Here Jezus, neemt niets terug van de Heiligheid die Hem kenmerkt. En het is deze Heiligheid, een Heiligheid die dicht in onze buurt oplicht, die wij zijn vergeten. Dat God een God van liefde is, weten we. Dat Hij een God is die de zonde haat, weten we waarschijn­lijk ook nog wel. Maar dat Hij een God is die de zonde haat en die Heilig is, terwijl Hij zich in onze buurt bevindt, zijn we vergeten. Degenen die God als een Nabije zien, duiden Hem als een God die meelijdt met ons kwaad en ons verdriet, maar zij zien Hem als een God die er zelf eigenlijk ook niets aan kan veranderen. God lijdt, in hun denkbeeld tenminste, mee als de volkomen Machteloze. Het is een God die goed en lief is, en die het daarom vanzelfsprekend anders zou willen, dat wel, maar het is er een die machteloos mee ten onder gaat in ons aardse levensproces.

Het beeld dat de bijbel schetst van de God der joden en christenen, is een tekening die duidelijke trekken toont. Deze God is te kennen omdat Hij zich kenbaar heeft gemaakt, Hij is machtig omdat Hij God is, en Hij is dichtbij om ons te kunnen tonen wie wij zijn.

(22-12-1997)