- 0003 Job en het menselijk lijden

Logica op het hoogste niveau (‘JOB 3′)

Job analyseert zijn leven en komt tot de glasheldere conclusie dat God niets tegen hem kan hebben juist omdat hij onberispelijk is. Hij heeft niet gezondigd. Maar toch wordt hij getroffen door allerlei ellende. Daarbij erkent Hij dat God betrokken is bij elk aspect van het leven, ook waar het ziekte betreft. Nu Job ziek is, maar niet gezondigd heeft, komt Job tot de conclusie dat God er naast zit. God straft hem – of laat onheil in zijn leven toe – terwijl hij niet gezondigd heeft. ‘God, het klopt dus niet wat U doet’.

Jobs vrienden redeneren op soortgelijke wijze, met éénzelfde logica. Ze arriveren bij Job, zien zijn helse lijden en trekken de overhaaste conclusie: ‘Job, je moet wel gezondigd hebben, want zou dat niet het geval zijn, dan zou je er nu zeker niet zo slecht bij zitten’. Ook de vrienden schrijven God een hoofdrol toe als het gaat om de oorzaak van het lijden van Job. God straft de mens met ziekte wanneer hij in de fout is gegaan. Zowel Job als zijn vrienden analyseren het hele gebeuren op hetzelfde niveau, op dezelfde manier. Ze gebruiken dezelfde logica. Job zegt: ‘Ik ben ziek, dus ik zou gezondigd hebben, maar ik heb niet gezondigd, dus God zit er naast!’ De vrienden redeneren: ‘Job is ziek, ziekte is het gevolg van persoonlijke zonden, dus Job heeft gezondigd!’ Ook hier is geen speld tussen te krijgen. Menselijkerwijs gesproken wel te verstaan.

De vrienden stellen Gods beleid inzake Job niet ter discussie, want God is goed. Job doet dat wel. Maar ondanks dat luidt het oordeel van God over Jobs vrienden dat ze niet eerlijk of recht hebben gesproken over God, zoals Gods knecht Job. Daarbij doet God een beroep op Jobs goedheid en genade als Hij hen aanspoort om Job voor zich te laten bidden. Zo wordt Job gerehabiliteerd, ja in ere hersteld voor zijn vrienden. Vrienden die Job én God geen recht deden door hun aanvallende betogen.

Jobs voorspraak bij God voor zijn vrienden is van invloed op het handelen van God met betrekking tot zijn vrienden. Dat God hen – op grond van Jobs gebed – niet zal doen overeenkomstig hun dwaasheid, wekt de suggestie dat Gods oordeel en straf uitblijft als Job voor zijn vrienden bidt. Dit gebed van Job aan Gods adres hoort Hij dus wél, terwijl God in Jobs ogen voor het grootste deel van dit boek doof en blind lijkt te zijn. We horen hem zomaar zeggen: ‘God kijkt niet goed, want als Hij goed gekeken had, was ik niet ziek. En nu ik ziek ben, hoort Hij niet goed, want mijn gebeden komen niet aan en mijn recht blijft uit. De hemel is van koper’.

Zo worden de vrienden van Job gespaard voor strafvervolging door nederig aan te kloppen bij Job, maar direct daarna blijkt dat Job een stukje heling en bevrijding uit zijn geestelijke gevangenis ervaart, nadat hij voor zijn vrienden gebeden heeft. Kortom: de vrienden kloppen op Gods advies aan bij Job, waarna de vrienden vrij gezet worden, terwijl Job bidt voor zijn vrienden en daardoor zelf ook vrij komt van het verleden. Hier zien we dus een dubbele zegen. Zowel Job als zijn vrienden kunnen zo iets rechtzetten, waarna beider situaties veranderen. Nadat Job gebeden had voor zijn vrienden, wordt zijn bezit verdubbeld. Zo verwerkt hij zijn ‘vorige leven als zieke’ en gaat hij een nieuwe periode in, en wel samen met zijn broers, zussen en bekenden. Bij hen vindt hij nu troost.

Merk daarbij op dat al het kwaad dat hij aan den lijve heeft ondervonden, niet uit vreemde handen komt, maar uit de hand van God. Zo lijkt het erop dat de goede God kwaad over iemands leven kan uitstorten én achtereenvolgens een mens rijk kan zegenen. Komt het goede én het kwade dus uit Gods hand? Aait Hij je met de éne hand over de bol, om je even later met de andere hand een pak voor de broek te geven?

Ik heb in ieder geval één idee mogen ontzenuwen, namelijk dat ziekte altijd komt door persoonlijke zonden, immers Job had niets onbehoorlijks gedaan. Sterker: het is hier net andersom. Juist ómdat Job niet gezondigd had, werd het vuur hem (door de duivel) na aan de schenen gelegd. Om zo aan derden (inclusief de duivel) te tonen dat hij ‘goed’ en niet ‘fout’ is, ondergaat hij deze helse vuurdoop naar lichaam, ziel en geest. En deze doorstaat hij glansrijk.