- 001 God, mens en lijden

LIJDEN (1)

‘Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen’ (1 Petrus 5:10 | NBV )

Het is het opmerken waard dat God hier niet de bron van alle leven genoemd wordt, al zal Petrus dat beamen, maar de bron van alle genade. Hij is niet de grote Wonderdoener waar veel gebedsgenezers Hem om bewonderen, maar Degene die genade geeft te midden van alle lijden. Oftewel: Hij geneest de lijdende niet en verlost niet direct uit het lijden – dat is in de Bijbel laat staan vandaag eerder uitzondering dan regel – maar is aanwezig met zijn genadige bijstand. Hij schept geen nieuw leven, maar gaat mee in de tocht van eindigheid die mensen al lijdende doormaken. Daar is Hij die genade geeft. Of kracht.

De vraag is dan wel meteen wat het betekent wanneer wij een beroep doen op de God van genade en de God aller vertroosting. Betekent dit dat Hij het lijden zo licht maakt dat we het kunnen dragen? Of dat we draagkracht naar draaglast ontvangen? De vraag die rijst is of dat werkelijk zo is. Als ik om me heen kijk en ik zie mensen immens lijden dan kan ik niet meteen zeggen dat ze kracht naar kruis krijgen. Sterker, het lijden groeit hun op dusdanige wijze boven de pet dat ze doodziek zijn en het helemaal gehad hebben. Het is ondraaglijk, niet meer te harden. Mensen moeten dan bovenmate afzien. Ze overleven. Maar kracht naar kruis?

Toch willen we ook niet de andere kant op, namelijk dat we kruis naar kracht krijgen. Dat is ook onmenselijk. Het zou dan zo zijn dat de sterkste schouders de zwaarste lasten te dragen krijgen. Want al is het de vraag of dit laatste werkelijk zo is, dan kunnen we met Paulus zeggen dat juist Gods genáde tijdens de periode van lijden genoeg is. Want wie heeft een lichaam, geest en ziel gekregen dat zo is toegerust? En hoe meet een mens dat? Zou God werkelijk een aantal dy-hards hebben gecreëerd die elk lijden hoe dan ook zouden kunnen dragen? Een innerlijke krachtbron die het mogelijk maakt het vreselijkste lijden te trotseren?

Dat kunnen we niet bewijzen met de geschiedenisboekjes van de twintigste eeuw in de hand. Want hoeveel joden waren bestand tegen de helse tochten richting de doorvoer- en vernietigingskampen? Konden die dat lijden aan? Wie is er sterk genoeg om – verstoken van goed voedsel en drinken – de dwangarbeid die deze kampen met zich meebracht, te doorstaan? Wie heeft zo’n sterk gestel? En welke longen waren bestand tegen het gas dat uit de douchekoppen in de doucheruimtes stroomde? Wie is er van jongs af aan uitgerust met een gestel dat immuun is voor ziektes als kanker? Als het er werkelijk op aankomt, is geen menselijk mechanisme en gestel bestand tegen dit lijden. Het wordt – voor zowel de sterke als de zwakkere – een oneerlijke strijd tegen bacteriën, virussen en dodelijke cellen.

Naast de ‘kracht naar kruis’ – of ‘kruis naar kracht’ – theologieën doemt een beeld van God op dat huiveringwekkend is. Want creëren we op die manier een goed beeld van God? Een aantal vragen die mij te binnen schieten zijn de volgende: Zien we God werkelijk als iemand die vanaf de hemel neerkijkt en lasten uitdeelt? Zou Hij rondkijken met een blik van: nou, die kan het portie lijden dat ik uitdeel wel aan, dus leg ik dat maar op zijn schouders. Die schouders zijn breed genoeg en zijn gestel kan het ook wel hebben. Zou God zo denken? Zou Hij zo met mensen omgaan?

Velen zien God als een soort Sinterklaas die de mensen op hun wenken bedient en geeft wat ze hebben willen, alsof Hij de verlanglijstjes wel even zal afwerken. Dat is het éne uiterste. Maar een ander uiterste is dat we God gaan zien als een Boeman, ja als iemand die ziektes uitdeelt, ieder zijn eigen portie. Zou God werkelijk vanuit de hoge een aantal ziektes uitdelen en droppen? Voor het éne lichaam een paar tumoren, voor een ander lichaam om de haverklap een longembolie, voor nog weer een ander lichaam ALS of Alzheimer en voor een laatste een zware depressie?

Ik kan me niet voorstellen dat mensen dit werkelijk geloven. Want ook zij die ervaren dat hun ziekte niet uit ‘een vreemde Hand’ komt, maar van een goede God die weet wat iemand nodig heeft of kan verdragen, zullen God niet zien als Iemand die rijkelijk ziektes uitdeelt. Want logischerwijs komt dan de volgende vraag op: Zou Hij de ziektes eerst rijkelijk uitstrooien over de aarde, om de getroffenen vervolgens te (kunnen) troosten? Neemt Hij ons dan niet in de maling?