- 06 MeToo (gedicht)

Me too

Zo vaak
genegeerd,
gepenetreerd in de psyche.

Gepest door jongens
die vloekend glazen in gooiden,
bedreigend,
deuren, muren verpletterend
rond het hart
slopend, zinloos geweld.

Aangerand
onteerd
door mensen die de ziel
doordringen met spuiten
vol sederende vloeistof,
de geest voorgoed om zeep helpen.
voelde alsof ‘k arsenicum dronk.
Isoleerden ze mij,
lieten mij verlaten angsten,
in drek dat van mij leek te zijn.

Toch stond ik weer op na een paar maal knock-out
herrees als een feniks uit zijn as
door Hem die mijn Voorbeeld daarin was
Hij raapte mij op, het liet Hem niet koud.

Want terwijl Hij mij liefdevol aan keek,
zag Hij wat ik dacht in mijn ogen,
fluisterde Hij plaatsvervangend in mijn oor:
‘Me too, mijn kind!’