- 03 MeToo, seksueel misbruik en confrontatie – 3

ONTMOETING tussen slachtoffer (MeToo) en dader (3)

Wanneer een slachtoffer van seksueel misbruik tot de slotsom is gekomen dat een ontmoeting – die ook altijd een confrontatie zal zijn – wenselijk en noodzakelijk is, is het van belang goed voorwerk te (laten) verrichten. Er zal gepolst moeten worden of de dader inderdaad bereid is om naar eigen gedrag te kijken en juist dít onderwerp te bespreken. Het lijkt me essentieel dat de dader weet waarom hij of zij uitgenodigd wordt voor een gesprek. (Ik zeg hier uitdrukkelijk bij ‘zij’, want ik heb weet van een gezin met kinderen die juist eens door de eigen moeder werden misbruikt en aangezet tot geslachtsgemeenschap).

Een uitnodiging moet duidelijk en helder zijn. In de trant van: er zijn dingen gruwelijk misgegaan op seksueel gebied en het slachtoffer wil dit verleden graag voorgoed een plek geven via de weg van vergeving. De dader moet dus niet het gevoel krijgen dat hij of zij er in geluisd wordt. Een open ontmoeting kan er alleen zijn wanneer er een open uitnodiging tot gesprek is. De dader moet precies weten wat hij of zij kan verwachten – en niet minder belangrijk – wíe hij of zij tijdens zo’n ontmoeting zal aantreffen. Wanneer de persoon in kwestie niet op de uitnodiging wil ingaan, kan naar de reden worden gevraagd. Als iemand bang is voor een confrontatie is dat nog niet hetzelfde als dat iemand niet wil of zijn fouten niet inziet.

Ook is het essentieel dat de partij die uitnodigt zo objectief – of onbevooroordeeld – mogelijk is. Totale objectiviteit bestaat niet, daar we de werkelijkheid altijd gekleurd – dat is met onze eigen bril op – waarnemen. Dat is niet erg zolang we ons daar maar bewust van zijn. De dader die aangesproken wordt en een uitnodiging krijgt, moet vertrouwen in de persoon in kwestie hebben. De persoon die tijdens de uitnodiging en het gesprek uitnodigt en bemiddelt, moet bijvoorbeeld geen goede vriendin van het slachtoffer zijn. Al kan zo’n vriendin natuurlijk wel aanwezig zijn tijdens de ontmoeting c.q. confrontatie. Want zowel slachtoffer als dader moeten zich – zoveel als maar mogelijk is – op hun gemak voelen. Ook zal het niet wijs zijn om tijdens een eerste ontmoeting bijvoorbeeld een vader van een dochter die misbruikt is van de partij te laten zijn. Want dan zou het – o.a. afhankelijk van de houding van de dader – wel eens gruwelijk uit de hand kunnen lopen.

Idealiter is een vrijwillige ontmoeting met het oog op schuldbelijdenis, vergeving en verzoening te prevaleren boven een rechtsgang. Deze laatste gang zal onvermijdelijk zijn wanneer de persoon in kwestie meerdere slachtoffers zal hebben gemaakt. In individuele gevallen zal een weg tot herstel en verzoening het best bewandeld worden zonder rechtspraak. Dit is niet de makkelijkste, maar wel de mooiste weg.

Toen de casus ‘Zuid-Afrika’ in gang werd gezet, hebben Desmond Tutu en zijn zgn. Waarheid- en Verzoeningscommissie bewust gekozen om deze ‘grote zaak’ buiten wet- en regelgeving (en rechtspraak) om tot een goed einde te brengen. Van een strafproces of i.d. is dus nooit sprake geweest. Het was Tutu te doen om schuldbelijdenis, vergeving en verzoening buiten strafvervolging om. Strafvervolging zonder een rechtstreekse confrontatie (en dus zonder directe schuldbelijdenis en persoonlijke verzoening) was in zijn ogen niet de juiste weg. Sterker: juridische strafprocedures sec. zouden vergeving en verzoening alleen maar in de weg staan. Laten we daarbij goed bedenken dat het echt ergens over ging. Politiek gevoede moorden werden door Tutu en de zijnen ter sprake gebracht via een ‘eigen hoorzitting’, dat is een hoorzitting zonder juridische gevolgen zoals strafvervolging.

Enfin, ieder slachtoffer is vrij om zichzelf – zelfs na jaren – aan te geven als slachtoffer van seksueel misbruik. Dat zou zelfs kunnen via ‘meld misdaad anoniem’. Soms is dat wenselijk of zelfs zeer aan te bevelen, soms is dat minder wenselijk. Nogmaals, dat hangt af van de mate waarin een slachtoffer in staat is tot een confrontatie met de dader, de dader daartoe bereid is en er bv. niet reeds meerdere zaken tegen de persoon in kwestie lopen. Wanneer het slachtoffer de weg van persoonlijk herstel in wil slaan – en daarbij de relatie tot de dader zo goed en zo kwaad als het gaat wil herstellen – lijkt me de rechtsgang niet de eerste oplossing. Deze gang naar de rechtbank kan – mocht de dader zijn fouten niet onder ogen willen zien, laat staan belijden – altijd nog plaatsvinden.