- 02 MeToo, seksueel misbruik en confrontatie – 2

ONTMOETING tussen slachtoffer (MeToo) en dader (2)

Wanneer een slachtoffer van seksueel misbruik denkt stappen te willen ondernemen ten opzichte van een dader, is het van belang de kosten te berekenen. Wegen de voordelen van zo’n persoonlijke confrontatie op tegen de nadelen ervan. Immers, men moet zich ervan bewust zijn dat een confrontatie altijd ook veel oude gevoelens en herinneringen naar boven kan halen. Zelfs die welke in het heden niet of nauwelijks meer spelen.

Het is de vraag of het slachtoffer daarmee kan omgaan. Een psychiater zei ooit dat je in een oude beerput niet moet gaan roeren, en in sommige gevallen lijkt me dat een waardevol advies. Maar in veel gevallen lukt het gewoon niet om de deksel voldoende op de put te houden, zodat de rotzooi van het verleden toch wel naar boven komt en de ‘stank’ onverdraaglijk is. Dan is het m.i. wél goed om die beerput – inclusief alle viezigheid – open te trekken en de ander te confronteren met ondraaglijke en onverwerkte momenten uit het verleden. De vuiligheid kan dan pas – in een gezamenlijk proces – een juiste plek krijgen. Pas dan kan die beerput voorgoed gesloten worden.

Een voorbeeld van dit gezamenlijke proces heb ik geschetst in mijn boek ‘Zicht op het Kruis – Verzoening met God en mensen’. Daaruit blijkt hoe goed en hoe nuttig het kan zijn om samen een rauwe geschiedenis nog eens onder de loep te nemen, de dingen bij name te noemen en berouw te tonen. Desmond Tutu is er met zijn ‘Waarheid- en verzoeningscommissie’ in geslaagd om het gezamenlijke verleden van Zuid-Afrika een plaats te geven in het heden. Het was een moeilijk ‘proces’ en een moeizame weg die bewandeld werd, maar die als resultaat had dat Winnie Mandela in het openbaar spijt betuigde voor haar wandaden. Nabestaanden van slachtoffers hadden dit nodig om zo tot vergeving en verzoening te komen.

Of een confrontatie van een slachtoffer van seksueel misbruik met de dader aan te bevelen is, hangt sterk van verschillende factoren af. Wanneer iemand uit zichzelf in het reine kan komen met een misbruikt verleden, in de kracht van het geloof en met de steun van vrienden, is dat mooi. Vergeving van de dader is mogelijk, maar niet vanzelfsprekend. Wonden kunnen zo diep geslagen zijn dat we van een slachtoffer niet mogen verwachten dat hij of zij zomaar vergeeft. Dat mogen en kunnen buitenstaanders – ook vrienden – nooit van een slachtoffer verwachten, laat staan eisen. Daarvoor is het aangedane leed te groot en snijden de wonden soms nog te diep.

Goedkope opdrachten of bevelen als ‘Je moet je naaste vergeven!’ kunnen dan totaal misplaatst en (nog) niet aan de orde zijn. Al is het nog zo Bijbels om onze naaste te vergeven. Die boodschap ván en oproep tót vergeving lees IK in Gods Woord en daar moet IK wat mee doen, maar die boodschap kan ik nimmer aan een slachtoffer van seksueel geweld opleggen. Want ik kan de diepte van het leed van de misbruikte persoon niet voelen, laat staan op waarde schatten. Het luistert dus nauw. Goedkope adviezen – hoe waar en juist op zichzelf ook – kunnen het leven van de persoon in kwestie nog verder ruïneren, al is het onbedoeld. Goede raad en hulp is goud waard…