- 08 ‘Kan iemand die depressief is, vol zijn van Jezus?’

Dat is een goede vraag, een hele goede vraag. Een vraag die ertoe doet. Want ik heb onlangs op Facebook mogen ervaren, hoeveel christenen lijden aan depressies.

Zolang genezing uitblijft, moeten depressieve mensen wat van hun leven maken. Laat ik duidelijk zijn: deze mensen leven een leven dat de moeite waard is. Laat ik voor mezelf spreken: ik denk dat ik met mijn ziekte wat van het leven kan maken en zeer wel van betekenis kan zijn voor mijn omgeving dichtbij en verder op. Wel besef ik dat ik niet ten volle tot ontplooiing kom, daar er constant een rem zit op mijn functioneren.

Depressies maken mensen allereerst moe, doodmoe. En om te functioneren hebben mensen een bepaalde mate van energie nodig. Ook hebben mensen veerkracht nodig om de dingen van het dagelijks leven aan te kunnen. Depressieve mensen hebben meer tijd nodig om dingen te verwerken en een plaats te geven dan gezonde mensen.

Ik weet dat God depressieve mensen wil – en kan – gebruiken in dienst van de wereld. Daar zijn voorbeelden van. C.H. Spurgeon kampte met manische depressie. En heeft God hem niet kunnen gebruiken? Zou er iemand zijn die van hem zegt: ‘Hij was niet vol van Jezus, want hij kampte met depressies?’ Ik denk niet dat iemand dat zo bout zou durven te beweren. Kwam Spurgeon tijdens zijn aardse leven volledig uit de verf? Dat is de vraag.

Iemand die depressief is, voert een inwendige strijd. Deze strijd in de gedachtewereld maakt doodmoe. Kort gezegd: er is voortdurend een ‘welles – nietes’ of een ‘ja – nee’ in zijn hoofd (zoals mijn zoon Jens zegt als hij niet goed een keuze kan maken). Iemand die depressief is, moet constant vechten om zijn gedachten gevangen te houden in Christus Jezus. Maar elke keer dreigt zijn geestelijk gedachtegoed (ook Bijbelverzen die hij bewaart in zijn hoofd en hart) getorpedeerd te worden door negatieve gedachten.

Gedachten van: ‘wat zullen die mensen niet van mij denken?’ of ‘waarom liked hij of zij mij niet?’. Positief denken is moeilijk, heel moeilijk. Het te binnen brengen van positieve gedachten over het zelf en over de ander vergt een keihard inwendig gevecht. Waarbij steeds opnieuw het negatieve zich aandient en opdringt.

Dit gevecht zouden we een gevecht om de volheid van Jezus – in het leven van de persoon in kwestie – kunnen noemen. Omdat de christen vol is van Jezus en dat zo goed weet, zal hij zijn best doen om alles te bedenken wat liefelijk is en wat wel luidt (Fil.4).

De volheid van Jezus uit zich niet in allerlei uiterlijkheden die we zien bij ‘Jumping-Jack-christenen’, maar zij komt juist naar voren in een geestelijke strijd. Een geestelijke strijd die doodvermoeiend is, daar de christen het in zijn ziek-zijn voortdurend lijkt te verliezen. Waarbij hij zich wel volledig wíl overgeven aan Christus, maar waarbij het hem niet goed lukt. En dat omdat hij niet vrij is van een psychische ziekte die deels genetisch bepaald en door levenservaringen gevoed is.

KK