- Schrijven is voetbal

Schrijven en lezen is net een potje voetbal. In het spel zijn spelers die allemaal naar de bal kijken vanuit hun eigen perspectief.

Als ik schrijf, speel ik de bal. Soms ietwat nonchalant, soms sierlijk met een kwinkslag, dan weer houd ik de bal breed. Ik probeer de bal soms ook bewust scherp aan te snijden. Soms snijd ik de bal zo scherp aan, omdat ik mijn punt heel duidelijk wil maken. Dan ga ik er hard in, zoals dat zo mooi heet.

Het kan dan zomaar zijn dat ik met het spelen van de bal andere spelers meeneem. Dat laatste is echter geen opzet, geen intentie en niet de bedoeling. Toch gebeurt het. In het vuur van het spel.

Het lijkt erop dat ik met schrijven soms op de man speel. Toch ging ik voor mijn punt. Dát moest heel helder zijn. Iedere zichzelf – en de ander – respecterende en welwillende schrijver wil een punt maken en scoren. Helaas schopt hij of zij ongewild een ander (lees:lezer) – tijdens het fel raken van de bal (lees:onderwerp) waarop hij gebrand is – wel eens tegen het zere been.

Soms krijgt een schrijver dan een trap na. Dat zal ook van welwillende lezers niet de bedoeling zijn. Beiden gaat het immers om het spel, om de bal en het punt (lees: thema)?! Beiden doen er dan ook goed aan om de bal in de gaten te houden én in het oog te houden: wat zeg ik als schrijver (maak ik mijn punt) en wat wil de schrijver de lezer nu precies zeggen?

Het lezen van een tekst kan dan zomaar een prachtig potje voetbal worden, waar de één de ander raakt.

KK