Schepping, cultuur, menselijk ‘geweld’

Koeien grazen

 

Koeien grazen rustig, vredig

In het land rond Reest en Dal

Waar het water heel erg hevig

Door het reestdal stromen zal

 

Het gras is er hoger met veel variëteit

De natuur nog ongerept en vrij

Zonder menselijke cultivatie, met eigen kwaliteit

Groeien vele grassen naast menselijk geweld en razernij

De natuur zoals ’t ooit bedoeld is

Verder van huizen en auto geraas

Weg van de herrie en het menselijk relaas

Gaat ze haar gang, sinds mensenheugnis

 

Waar mensenhanden bewerken ’t  land

Staan vernielzucht en heerschappij

Liggen op de loer, komen langszij

Om de natuur te zetten naar hun eigen hand

 

Zo laat de mens zijn sporen achter

Laat het aan het nageslacht

Die sporen mogen wissen die verdacht

Veel lijken op die van een Wetsverachter

 

Want waar de Schepper wordt vergeten

Gaat de schepping achteruit

En neemt men zelf maar het besluit

Zonder Gods wet op een troon gezeten

 

Verloren land

 

Mijn ogen dwalen zoekend

Naar het land van verre tijden

Geleden

Hebben ze onder het zien van het verleden

 

Heimwee naar een land verloren

Aan de tijd die heel rechtlijnig

Snijdt in akkers die geboren

Voor het koren

Aan’t beton ten onder gingen

 

Land dat zichtbaar is verdwenen

Onder asfalt en veel steen

Stoot ik nu mijn boerenscheen

Boeren om mij wenen

Op de rand van ’t hun ontstolen land

 

Heimwee

 

Verrukt laat ik mijn ogen op het Hollands landschap rusten

Waar koeien zoekend grazen naast het malse gras

Het is alsof de tijd stil heeft gestaan, want zoals ’t altijd was

Lig ik en trekt het verleden voorbij in zoete dromen, welterusten

 

Hier aan het kabbelend polderwater krijgt mijn heimwee zin

Rust ik uit van tegenzin

Want zoals vroeger wordt ’t land nooit weer

Een strobreed verder raast het wild verkeer

 

De weg naar oorspronkelijke taferelen

Is tastend en sluipend, moeilijk te begaan

De machtslust van de mens om alles in te delen

In percelen, breekt mijn baan

 

De zoektocht naar een ver verleden

Naar oorspronkelijkheid, groene graslanden en helblauwe luchten

Naar creativiteit van een Schepper doet me vluchten

In dromenland en gebeden

 

Heimwee naar ’t verloren paradijs

Iets in mij zegt dat ’t zonder mij geweest moet zijn

In een ver verleden tijd ooit zonder pijn

Zal het binnenkort buiten mij ontstaan, als volkomen Godsbewijs