Oppervlakkigheid

Hopeloze oppervlakte

 

Ik zie mensen als plat zand gaan

Als een hopeloze woestijn zonder reliëf

Eindeloze oppervlakte mist het besef

Van diepgang, van hoogte en van ondergaan

 

Woestijn zonder bergen, hoogten zonder bereik

Mensen gaan als korrels zand

Tussen de massa zonder verstand

Doelloos in de leegte onder zonder perspectief en kijk

 

De zandkorrel gaat ten onder

In de eindeloze zandwoestijn

Als een mens dat geleefd heeft zonder echt te zijn

Het leven niet geleefd heeft als een wonder

 

Een zandkorrel die gemist kan worden

En vervangbaar is

Zo is een mens dat met het gemis

Van uniciteit en God oud zal worden

 

Oppervlakkigheid

 

Oppervlakkig zie ik al die mensen gaan

Puur genietend van wat leeg vermaak

Zo even, bellen blazend,  ronde lucht

Dan is het weer voorbij,  ik slaak

Een diepe zucht

 

Alles wat mensen zoeken gaan

In ijd’le zaken  zonder smaak

Hollend van hot naar her en weer hot

Spelend het spel van de draak

Zonder God of enig gebod

 

Leven mensen raak voor een pleziertje her en der

Wat oppervlakkige sex hier, dienend de Mammon daar

Nakwijlend, dwepend met hun idool of ster

Regeert de leegte en ik staar

Naar een zee van doelloosheid

Waar mensen zinloos ten onder gaan

Zakkend en zinkend voor God staan

Oppervlakkig drijfzand

 

Gepeupel

 

In mijn buurt gaan veel mensen

Onderuit

Over oppervlakkig taalgebruik

Waar zij niet zachtzinnig sterven

Aan gepeupel

 

Massa’s mensen rennen voorbij

Word ik overlopen

Door woorden zonder zin

Mijn diepgang is het einde

Van hun gepeupel