Leegte

Verveling

 

Vervelend vind ik mij

Lusteloos in de wei

Als koeien zonder gras

Niet me mijzelf in mijn sas

 

Ontevreden denk ik terug

Met moeite en zorg achter de rug

Vind ik het vervelend

Benauwd het mij,  kelend

 

Ik pluk al piekerend wat gras

Wilde dat het anders was

Bijt me stuk terwijl ik kauw

Mijn lip kapot, helemaal blauw

 

Tijd voor verveling is niet meer

Nu ik zeer

Veel pijn heb

En mijn zakdoek rood deb

 

Balen

 

Balen leegte om mij heen

Gewichtloos, zonder inhoud

Toch breek ik mijn been

Stuk

 

Mensen zonder inhoud,

Zonder body

Geestloos

Zielloze massa

 

Ademen in

Lucht en leegte

IJdele hoop

Voor even leven

 

IJle lucht

 

Snakkend naar lucht

Hap ik in een duizelingwekkende vlucht

Adem

Adamskind

 

Vuile lucht, verstikkend, benauwd

Verlang ik naar koud

Fris

Wuivend, Wervelwind is

Geest gewis

 

Waai verfrissend Geest van God

Door ’t hoofd van bot

Dor dood

Opstaand, doorblazen komt het rood

Op mijn gezicht terug

 

Leegte

 

De leegte zoekt, de leegte roept

Met weergaloos verlangen

Een plek die zij slecht vullen wil

Met duivelse belangen

Zij vindt haar weg in het menselijk hart

Waar zij een rustplaats krijgt

Aangespoord door leed en smart

Verveelt zij ieder mens

 

De leegte komt, de leegte gaat

Waar mensen zoeken gaan

Naar Gods vervulling van hun hart

Waar Christus op mag staan

Hij jaagt de onrust weg die knaagt

En maakt er plaats voor vreugd’ en rust

En voor de mens die zucht, nu daagt

Een heel nieuw leven op