Wij waren boeren

Kerels waren we met eelt op de handen
en groeven in de vingers als voren van akkers
nagels als klauwen vol oude aarde
kromgebogen ruggen
en zweet op de kop

Verstand hadden we niet
want denken hoefden we niet
we geloofden het wel

We baden en smeekten
handen stuk
goed weer aan de hemel
en we waren tevreden