Dorstig dier

Het dorstig dier staat aan de kant
Van een land
Dat dreigt uiteen te vallen
Van de wal in de sloot

Het dorstig dier zoekt overal
Naar water dat onvindbaar is
Het geeft niet op, want hij zal
Water slurpen aan een dis
Rijk gevuld met het malste gras

Zijn standvastigheid wordt beloond
De eerste druppels komen aan
Niet van omlaag, maar van omhoog
Hij looft de Heer, de hemelboog