De Koe

De koe die melken moest
Liep te lanterfanten in zijn land
Nam de tijd de boer was woest
Alle melk liep uit de hand

De koe die trok
Het nog wel even
Maar de boer die had een brok
In zijn keel, zijn handen beven

De koe die gaf een harde stoot
Achteruit de boer die sloeg
Van het weiland in de sloot
Had een eind zwemmen voor de boeg

De koe die loeide
Wilde wel
Gemolken worden, knoeide
Liters melk uit zijn vel