Tijd

Molen van de tijd

Geboren in een draaiend rad
Stap ik in een cirkel
Van eindeloze herhalingen
Van nul tot vierentwintig
En weer opnieuw
Steeds verder
Gaat het wel
En wee
Eindig
Ik die gedateerd ben
Relatief
Kort van tijd en adem
Voortdurend onderweg
Heb ik een verleden
Met de eeuwigheid die lonkt
Dan schiet ik uit het rad
Stilt de klok
Zweef ik ontsnapt
Aan de mallemolen
Zit ‘k nooit meer op hete kolen
Ben ik altijd, heb ik altijd